Studiecentrum  Een Cursus in Wonderen  België

INHOUD

 

Inleiding

DEEL I

Les

1. Niets wat ik…zie betekent iets

2. Ik heb alles wat ik…zie alle betekenis gegeven die het voor mij heeft

3. Ik begrijp niets wat ik…zie

4. Deze gedachten betekenen niets

5. Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk

6. Ik voel onvrede omdat ik iets zie wat er niet is

7. Ik zie alleen het verleden

8. Mijn denkgeest is voortdurend bezig met voorbije gedachten

9. Ik zie niets zoals het nu is

10. Mijn gedachten betekenen niets

11. Mijn betekenisloze gedachten laten mij een betekenisloze wereld zien

12. Ik voel onvrede omdat ik een betekenisloze wereld zie

13. Een betekenisloze wereld baart angst

14. God heeft geen betekenisloze wereld geschapen

15. Mijn gedachten zijn beelden die ik heb gemaakt

16. Ik heb geen neutrale gedachten

17. Ik zie geen neutrale dingen

18. Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn zien

19. Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn gedachten

20. Ik ben vastbesloten te zien

21. Ik ben vastbesloten de dingen anders te zien

22. Wat ik zie is een vorm van wraak

23. Ik kan ontsnappen aan de wereld die ik zie door aanvalgedachten op te geven

24. Ik zie niet wat mijn hoogste belang is

25. Ik weet van niets waartoe het dient

26. Mijn aanvalgedachten zijn een aanval op mijn onkwetsbaarheid

27. Ik wil niets liever dan zien

28. Ik wil niets liever dan de dingen anders zien

29. God is in alles wat ik zie

30. God is in alles wat ik zie, want God is in mijn denkgeest

31. Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie

32. Ik heb de wereld die ik zie bedacht

33. Er is een andere manier om naar de wereld te kijken

34. Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien

35. Mijn denkgeest is deel van Die van God. Ik ben heel heilig

36. Mijn heiligheid omsluit al wat ik zie

37. Mijn heiligheid zegent de wereld

38. Er is niets wat mijn heiligheid niet kan

39. Mijn heiligheid is mijn verlossing

40. Ik ben als Zoon van God gezegend

41. God vergezelt me, waar ik ook ga

42. God is mijn kracht. Visie is Zijn geschenk

43. God is mijn Bron. Los van Hem kan ik niet zien

44. God is het licht waarin ik zie

45. God is de Denkgeest waarmee ik denk

46. God is de Liefde waarin ik vergeef

47. God is de kracht waarop ik vertrouw

48. Er valt niets te vrezen

49. Gods Stem spreekt tot mij, heel de dag

50. Ik word gedragen door de Liefde van God

 

Herhaling I

Inleiding

51. (1-5)

52. (6-10)

53. (11-15)

54. (16-20)

55. (21-25)

56. (26-30)

57. (31-35)

58. (35-40)

59. (41-45)

60. (46-50)

 

61. Ik ben het licht van de wereld

62. Vergeving is mijn functie als het licht van de wereld

63. Het licht van de wereld brengt elke denkgeest vrede door mijn vergeving

64. Laat me mijn functie niet vergeten

65. Mijn enige functie is die welke God mij gaf

66. Mijn geluk en mijn functie zijn één

67. Liefde schiep mij als zichzelf

68. Liefde koestert geen grieven

69. Mijn grieven verbergen het licht van de wereld in mij

70. Mijn verlossing komt van mij

71. Alleen Gods verlossingsplan zal werken

72. Grieven koesteren is een aanval op Gods verlossingsplan

73. Ik wil dat er licht is

74. Er is geen wil dan Die van God

75. Het licht is gekomen

76. Ik sta onder geen andere wetten dan die van God

77. Ik heb recht op wonderen

78. Laat wonderen alle grieven vervangen

79. Laat me inzien wat het probleem is, zodat het kan worden opgelost

80. Laat me inzien dat mijn problemen zijn opgelost

 

Herhaling II

Inleiding

81. (61-62)

82. (63-64)

83. (65-66)

84. (67-68)

85. (69-70)

86. (71-72)

87. (73-74)

88. (75-76)

89. (77-78)

90. (79-80)

 

91. Wonderen worden gezien in het licht

92. Wonderen worden gezien in het licht, en licht en kracht zijn één

93. Er woont licht en vreugde en vrede in mij

94. Ik ben zoals God mij geschapen heeft

95. Ik ben één Zelf, verenigd met mijn Schepper

96. Verlossing komt vanuit mijn ene Zelf

97. Ik ben geest

98. Ik aanvaard mijn rol in Gods verlossingsplan

99. Verlossing is mijn enige functie hier

100. Mijn rol is essentieel voor Gods verlossingsplan

101. Gods Wil voor mij is volmaakt geluk

102. Ik deel Gods Wil dat ik gelukkig ben

103. God, die Liefde is, is ook geluk

104. Ik zoek slechts wat mij in waarheid toebehoort

105. Gods vrede en vreugde behoren mij toe

106. Laat ik stil zijn en naar de waarheid luisteren

107. De waarheid zal alle misvattingen in mijn denkgeest corrigeren

108. Geven en ontvangen zijn in waarheid één

109. Ik rust in God

110. Ik ben zoals God mij geschapen heeft

 

Herhaling III

Inleiding

111. (91-92)

112. (93-94)

113. (95-96)

114. (97-98)

115. (99-100)

116. (101-102)

117. (103-104)

118. (105-106)

119. (107-108)

120. (109-110)

 

121. Vergeving is de sleutel tot geluk

122. Vergeving biedt alles wat ik wens

123. Ik dank mijn Vader voor Zijn gaven aan mij

124. Laat me mij herinneren dat ik één ben met God

125. In stilte ontvang ik vandaag Gods Woord

126. Al wat ik geef, is aan mijzelf gegeven

127. Er is geen liefde dan die van God

128. De wereld die ik zie bevat niets wat ik verlang

129. Voorbij deze wereld is een wereld die ik verlang

130. Het is onmogelijk twee werelden te zien

131. Niemand kan falen die tot de waarheid tracht te komen

132. Ik bevrijd de wereld van al wat ik haar heb toegedacht

133. Ik zal geen waarde geven aan wat geen enkele waarde heeft

134. Laat me vergeving zien zoals ze is

135. Als ik me verdedig, word ik aangevallen

136. Ziekte is een verdediging tegen de waarheid

137. Wanneer ik genezen word, word niet ik alleen genezen

138. De Hemel is de beslissing die ik moet nemen

139. Ik aanvaard de Verzoening voor mijzelf

140. Alleen van de verlossing kan worden gezegd dat ze geneest

 

Herhaling IV

Inleiding

141. (121-122)

142. (123-124)

143. (125-126)

144. (127-128)

145. (129-130)

146. (131-132)

147. (133-134)

148. (135-136)

149. (137-138)

150. (139-140)

 

151. Alle dingen zijn een weerklank van de Stem namens God

152. De macht om te beslissen is aan mij

153. In mijn verdedigingsloosheid ligt mijn veiligheid

154. Ik ben een van de dienaren van God

155. Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen

156. Ik ga met God in volmaakte heiligheid

157. Nu wil ik ingaan tot Zijn Tegenwoordigheid

158. Vandaag leer ik te geven zoals ik ontvang

159. Ik geef de wonderen die ik ontvangen heb

160. Ik ben thuis. Angst is hier de vreemdeling

161. Geef me jouw zegen, heilige Zoon van God

162. Ik ben zoals God mij geschapen heeft

163. Er is geen dood. De Zoon van God is vrij

164. Nu zijn we één met Hem die onze Oorsprong is

165. Laat mijn denkgeest de Gedachte van God niet afwijzen

166. Aan mij zijn de gaven van God toevertrouwd

167. Er is één leven, en dat deel ik met God

168. Uw genade is mij gegeven. Nu maak ik er aanspraak op

169. Door genade leef ik. Door genade word ik vrij

170. Er schuilt geen wreedheid in God en evenmin in mij

 

Herhaling V

Inleiding

171. (151-152)

172. (153-154)

173. (155-156)

174. (157-158)

175. (159-160)

176. (161-162)

177. (163-164)

178. (165-166)

179. (167-168)

180. (169-170)

 

Inleiding tot les 181-200

181. Ik vertrouw mijn broeders, zij zijn één met mij

182. Ik zal een ogenblik stil zijn en naar huis toe gaan

183. Ik roep Gods Naam aan en de mijne

184. De Naam van God is mijn erfgoed

185. Ik verlang de vrede van God

186. De verlossing van de wereld hangt af van mij

187. Ik zegen de wereld, want ik zegen mijzelf

188. De vrede van God straalt nu in mij

189. Ik voel de Liefde van God nu in mij

190. Ik kies de vreugde van God in plaats van pijn

191. Ik ben de heilige Zoon van God Zelf

192. Ik heb een functie die God me graag vervullen ziet

193. Alles is een les die God me graag ziet leren

194. Ik leg de toekomst in Gods Handen

195. Liefde is de weg die ik in dankbaarheid ga

196. Ik kan alleen mijzelf maar kruisigen

197. Ik kan alleen maar mijn eigen dankbaarheid oogsten

198. Alleen mijn veroordeling verwondt me

199. Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij

200. Er is geen vrede dan de vrede van God

 

Herhaling VI

Inleiding

201. (181)

202. (182)

203. (183)

204. (184)

205. (185)

206. (186)

207. (187)

208. (188)

209. (189)

210. (190)

211. (191)

212. (192)

213. (193)

214. (194)

215. (195)

216. (196)

217. (197)

218. (198)

219. (199)

220.(200)

 

DEEL II

Inleiding

 

1. Wat is vergeving?

221. In vrede zij mijn denkgeest. Laat al mijn gedachten stil zijn

222. God is met mij. Ik leef en beweeg in Hem

223. God is mijn leven. Ik heb geen leven buiten dat van Hem

224. God is mijn Vader, en Hij houdt van Zijn Zoon

225. God is mijn Vader, en Zijn Zoon houdt van Hem

226. Mijn thuis wacht mij. Ik haast me erheen

227. Dit is het heilig ogenblik van mijn bevrijding

228. God heeft mij niet veroordeeld. Ik doe dat evenmin

229. Liefde, die mij geschapen heeft, is wat ik ben

230. Nu zoek en vind ik de vrede van God

 

2. Wat is verlossing?

231. Vader, ik wil me niets herinneren dan U

232. Wees in mijn gedachten, Vader, heel de dag door

233. Vandaag geef ik God mijn leven, opdat Hij het leidt

234. Vader, vandaag ben ik wederom Uw Zoon

235. God in Zijn goedheid wil dat ik ben verlost

236. Ik regeer mijn denkgeest, die alleen ik regeren moet

237. Nu wil ik zijn zoals God mij geschapen heeft

238. Op mijn beslissing rust heel de verlossing

239. De heerlijkheid van mijn Vader is de mijne

240. Angst is niet gerechtvaardigd, in geen enkele vorm

 

3. Wat is de wereld?

241. Dit heilig ogenblik is het moment van verlossing

242. Deze dag is van God. Het is mijn geschenk aan Hem

243. Vandaag zal ik over geen enkel voorval een oordeel vellen

244. Nergens ter wereld ben ik in gevaar

245. Uw vrede is met mij, Vader. Ik ben veilig

246. Houden van mijn Vader is houden van Zijn Zoon

247. Zonder vergeving blijf ik blind

248. Wat lijdt is geen deel van mij

249. Vergeving maakt een eind aan alle lijden en verlies

250. Laat ik mezelf niet zien als beperkt

 

4. Wat is zonde?

251. Ik heb niets nodig dan de waarheid

252. De Zoon van God is mijn Identiteit

253. Mijn Zelf is heer en meester van het universum

254. Laat elke stem in mij verstommen, behalve die van God

255. Deze dag verkies ik door te brengen in volmaakte vrede

256. God is vandaag mijn enig doel

257. Laat ik me herinneren wat mijn doel is

258. Laat ik me herinneren dat God mijn doel is

259. Laat ik me herinneren dat er geen zonde is

260. Laat ik me herinneren dat God mij geschapen heeft

 

5. Wat is het lichaam?

261. God is mijn toevlucht en geborgenheid

262. Laat me vandaag geen verschillen zien

263. Mijn heilige visie ziet alles als zuiver

264. Ik ben omringd door de Liefde van God

265. De zachtaardigheid van de schepping is al wat ik zie

266. Mijn heilig Zelf woont in jou, Zoon van God

267. Mijn hart klopt mee in de vrede van God

268. Laat alles zijn precies zoals het is

269. Mijn ogen zijn gericht op Christus’ gelaat

270. Vandaag zal ik niet de ogen van het lichaam gebruiken

 

6. Wat is de Christus?

271. Het is de visie van Christus die ik vandaag gebruiken wil

272. Hoe kunnen illusies Gods Zoon voldoening schenken?

273. De stilheid van Gods vrede is mijn deel

274. Vandaag behoort aan liefde toe. Laat me niet bang zijn

275. Gods helende Stem beschermt alles vandaag

276. Het is mij gegeven Gods Woord te spreken

277. Laat mij Uw Zoon niet binden door wetten die ik heb gemaakt

278. Als ik gebonden ben, is mijn Vader niet vrij

279. De vrijheid van de schepping belooft die van mij

280. Welke beperkingen kan ik opleggen aan Gods Zoon?

 

7. Wat is de Heilige Geest?

281. Niets kan mij pijn doen behalve mijn gedachten

282. Ik zal vandaag niet bang voor liefde zijn

283. Mijn ware Identiteit woont in U

284. Ik kan kiezen alle gedachten die pijn doen te veranderen

285. Mijn heiligheid straalt vandaag helder en klaar

286. De stilte van de Hemel omhult vandaag mijn hart

287. Mijn doel bent U, mijn Vader. U alleen

288. Laat me vandaag mijn broeders verleden vergeten

289. Het verleden is voorbij. Het kan mij niet raken

290. Mijn geluk nú is al wat ik zie

 

8. Wat is de werkelijke wereld?

291. Dit is een dag van stilheid en vrede

292. Een gelukkige afloop staat voor alles vast

293. Alle angst is voorbij, en hier is louter liefde

294. Mijn lichaam is iets volkomen neutraals

295. De Heilige Geest kijkt vandaag met mijn ogen

296. De Heilige Geest spreekt vandaag met mijn stem

297. Vergeving is het enige geschenk dat ik geef

298. Ik houd van U, Vader, en ook van Uw Zoon

299. Eeuwige heiligheid woont in mij

300. Deze wereld duurt maar een ogenblik

 

9. Wat is de Wederkomst?

301. En God Zelf zal alle tranen wissen

302. Waar duisternis was, zie ik het licht

303. De heilige Christus is vandaag in mij geboren

304. Laat mijn wereld de visie van Christus niet vertroebelen

305. Er is een vrede die Christus ons verleent

306. De gave van Christus is al wat ik zoek vandaag

307. Tegenstrijdige wensen kunnen mijn wil niet zijn

308. Dit ogenblik is de enige tijd die er is

309. Ik zal vandaag niet bang zijn om naar binnen te kijken

310. Deze dag breng ik onbevreesd in liefde door

 

10. Wat is het Laatste Oordeel?

311. Ik beoordeel alles zoals ik wil dat het is

312. Ik zie alles zoals ik wil dat het is

313. Laat nu een nieuwe waarneming tot mij komen

314. Ik zoek een toekomst die van het verleden verschilt

315. Alle geschenken die mijn broeders geven, horen mij toe

316. Alle geschenken die ik mijn broeders geef, zijn de mijne

317. Ik volg de mij aangewezen weg

318. In mij zijn middel en doel van de verlossing één

319. Ik ben gekomen voor de verlossing van de wereld

320. Mijn Vader verleent mij alle macht

 

11. Wat is de schepping?

321. Vader, mijn vrijheid is in U alleen

322. Ik kan slechts opgeven wat nooit werkelijk was

323. Ik breng graag het ‘offer’ van de angst

324. Ik volg slechts, want ik wil niet de leiding

325. Al wat ik denk te zien, weerspiegelt een idee

326. Ik ben voor eeuwig een Gevolg van God

327. Ik hoef slechts te roepen en U geeft me antwoord

328. Ik kies de tweede plaats om de eerste te verwerven

329. Ik heb al gekozen wat U wilt

330. Ik zal mezelf vandaag geen pijn meer doen

 

12. Wat is het ego?

331. Er is geen conflict, want mijn wil is die van U

332. Angst bindt de wereld. Vergeving maakt haar vrij

333. Vergeving beëindigt hier de droom van conflict

334. Vandaag maak ik aanspraak op de gaven van vergeving

335. Ik kies ervoor mijn broeders zondeloosheid te zien

336. Vergeving laat me weten dat denkgeesten verbonden zijn

337. Mijn zondeloosheid beschermt me tegen alle kwaad

338. Ik ondervind uitsluitend de gevolgen van mijn gedachten

339. Ik zal ontvangen wat ik maar vraag

340. Vandaag kan ik vrij van lijden zijn

 

13. Wat is een wonder?

341. Ik kan slechts mijn eigen zondeloosheid aanvallen, en alleen die is het die mij geborgen houdt

342. Ik laat op alles vergeving rusten, want zo wordt vergeving mij geschonken

343. Er wordt van mij geen offer gevraagd om Gods genade en vrede te vinden

344. Vandaag leer ik de wet van de liefde: wat ik mijn broeder geef is mijn gave aan mij

345. Vandaag bied ik niets dan wonderen aan, want ik wil graag dat ze tot mij terugkeren

346. Vandaag omhult Gods vrede mij, en vergeet ik alles, behalve Zijn Liefde

347. Woede moet voortkomen uit oordelen. Oordelen is het wapen dat ik tegen mijzelf gebruik, om het wonder van me weg te houden

348. Ik heb geen reden tot woede of angst, want U omringt mij. En in elke behoefte die ik zie, is Uw genade mij genoeg

349. Vandaag laat ik de visie van Christus voor mij naar alles kijken en ik beoordeel het niet, maar schenk in plaats daarvan alles een wonder van liefde

350. Wonderen weerspiegelen Gods eeuwige Liefde. Ze aanbieden is zich Hem herinneren en de wereld verlossen door de herinnering van Hem

 

14. Wat ben ik?

351. Mijn zondeloze broeder is mijn gids naar vrede. Mijn zondige broeder is mijn gids naar pijn. En ik zal zien wie ik verkies te zien

352. Oordeel en liefde zijn tegendelen. Van het ene komt alle leed van de wereld. Maar van het andere komt de vrede van God Zelf

353. Mijn ogen, mijn tong, mijn handen, mijn voeten hebben vandaag maar één doel: aan Christus gegeven te worden om daarmee de wereld met wonderen te zegenen

354. Wij zijn samen, Christus en ik, in vrede en in zekerheid van doel. En in Hem is Zijn Schepper, zoals Hij is in mij

355. Er komt geen eind aan al de vrede en vreugde, en aan alle wonderen die ik schenken zal, wanneer ik Gods Woord aanvaard. Waarom niet vandaag?

356. Ziekte is slechts een andere naam voor zonde. Genezing is slechts een andere naam voor God. Zo is het wonder een beroep op Hem

357. De waarheid beantwoordt elk beroep dat we doen op God door eerst met wonderen te reageren, en dan tot ons terug te keren om zichzelf te zijn

358. Geen enkel beroep op God kan onverhoord en zonder antwoord blijven. En hiervan kan ik zeker zijn: Zijn antwoord is het antwoord dat ik werkelijk wens

359. Gods antwoord is een vorm van vrede. Alle pijn is genezen, alle ellende vervangen door vreugde. Alle gevangenisdeuren zijn geopend. En alle zonde is verstaan als louter een vergissing

360. Vrede zij met mij, de heilige Zoon van God. Vrede zij mijn broeder, die één met mij is. Laat heel de wereld zo door ons gezegend zijn met vrede

 

De laatste lessen

Inleiding

361. Dit heilig ogenblik wil ik U geven. Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen, in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft

362. Dit heilig ogenblik wil ik U geven. Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen, in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft

363. Dit heilig ogenblik wil ik U geven. Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen, in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft

364. Dit heilig ogenblik wil ik U geven. Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen, in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft

365. Dit heilig ogenblik wil ik U geven. Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen, in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft

 

Nawoord

 

Het  Studiecentrum ECIW België  wil de student behulpzaam zijn bij het doen van de werkboeklessen.