Studiecentrum  Een Cursus in Wonderen  BelgiĆ«

Wonderprincipes 1 - 25

 

  1. Wonderen kennen geen rangorde naar moeilijkheid. Het ene is niet 'moeilijker' of 'groter' dan het andere. Ze zijn allemaal gelijk. Alle uitingen van liefde zijn maximaal.
  2. Op zichzelf zijn wonderen niet van belang. Het enige wat telt is hun Bron, die elke waardebepaling verre overstijgt.
  3. Wonderen gebeuren van nature als uitingen van liefde. Het echte wonder is de liefde die ze inspireert. In die zin is alles wat uit liefde voortkomt een wonder.
  4. Alle wonderen betekenen leven, en God is de Schenker van leven. Zijn Stem zal je heel specifiek leiden. Al wat je moet weten zal jou worden verteld.
  5. Wonderen zijn gewoonten, en horen onopzettelijk te zijn. Ze dienen niet onder bewuste controle te staan. Bewust geselecteerde wonderen kunnen een product van misleiding zijn.
  6. Wonderen zijn natuurlijk. Wanneer ze uitblijven, is er iets misgegaan.
  7. Wonderen zijn ieders recht, maar eerst is loutering noodzakelijk.
  8. Wonderen genezen doordat ze een gemis aanvullen; ze worden door hen die tijdelijk meer hebben, verricht voor hen die tijdelijk minder hebben.
  9. Wonderen zijn een soort uitwisseling. Zoals alle uitingen van liefde, die in de ware zin altijd wonderbaarlijk zijn, draait deze uitwisseling de natuurkundige wetten om. Ze brengen gever en ontvanger beiden meer liefde.
  10. Het gebruik van wonderen als een spektakel om geloof op te wekken is een misvatting van hun bedoeling.
  11. Gebed is het medium van wonderen. Het is een middel tot communicatie van het geschapene met de Schepper. Door gebed wordt liefde ontvangen, en door wonderen wordt liefde geuit.
  12. Wonderen zijn gedachten. Gedachten kunnen het lagere of lichamelijke ervaringsniveau vertegenwoordigen, of het hogere of geestelijke ervaringsniveau. Het ene maakt het fysieke, en het andere schept het geestelijke.
  13. Wonderen zijn zowel begin- als eindpunten en wijzigen zo de tijdsorde. Ze zijn steeds weer bekrachtigingen van wedergeboorte, die achteruit lijken te gaan maar in wezen vooruit gaan. Ze maken het verleden ongedaan in het heden en bevrijden zo de toekomst.
  14. Wonderen getuigen van de waarheid. Ze zijn overtuigend omdat ze uit overtuiging voortkomen. Zonder overtuiging ontaarden ze in magie, die onnadenkend en daardoor destructief is, of liever, een niet creatief gebruik van de denkgeest.
  15. Elke dag behoort aan wonderen te zijn gewijd. Het doel van de tijd is jou de gelegenheid te geven te leren de tijd constructief te gebruiken. Zo is het een leermiddel op een doel gericht. De tijd zal ophouden wanneer hij niet langer van nut is om het leerproces te vergemakkelijken.
  16. Wonderen zijn leermiddelen waarmee wordt gedemonstreerd dat het even zalig is te geven als te ontvangen. Ze vergroten de kracht van de gever en verlenen tegelijkertijd de ontvanger kracht.
  17. Wonderen overstijgen het lichaam. Het zijn plotselinge verschuivingen naar onzichtbaarheid, weg van het lichamelijke niveau. Dat is de reden waarom ze genezen.
  18. Een wonder is een dienst. Het is de maximale dienst die jij een ander kunt bewijzen. Het is een manier om je naaste lief te hebben als jezelf. Je herkent op hetzelfde moment je eigen waarde en die van je naaste.
  19. Wonderen verenigen denkgeesten in God. Ze zijn aangewezen op samenwerking omdat het Zoonschap de som is van al wat God geschapen heeft. Wonderen weerspiegelen daarom de wetten van de eeuwigheid, niet van de tijd.
  20. Wonderen roepen weer het bewustzijn wakker dat de geest, en niet het lichaam, het altaar van de waarheid is. Dit is het besef dat tot de genezende kracht van het wonder leidt.
  21. Wonderen zijn de natuurlijke tekenen van vergeving. Door wonderen aanvaard je Gods vergeving door die naar anderen uit te breiden.
  22. Wonderen worden alleen met angst geassocieerd dankzij het geloof dat duisternis de mogelijkheid tot verbergen heeft. Jij gelooft dat wat jouw fysieke ogen niet kunnen zien, niet bestaat. Dit leidt tot de ontkenning van de geestelijke blik.
  23. Wonderen herordenen de waarneming en plaatsen alle niveaus in het ware perspectief. Dit werkt genezend, omdat ziekte ontstaat uit het verwarren van de niveaus.
  24. Wonderen stellen je in staat zieken te genezen en doden op te wekken, want jij hebt ziekte en dood zelf gemaakt en kunt daarom beide afschaffen. Jij bent een wonder, in staat tot scheppen naar het evenbeeld van jouw Schepper. Al het andere is jouw eigen nachtmerrie, en bestaat niet. Alleen de scheppingen van licht zijn werkelijkheid.
  25. Wonderen maken deel uit van een aaneengeschakelde keten van vergeving die, eenmaal voltooid, de Verzoening vormt. De Verzoening is altijd en in alle dimensies van de tijd werkzaam.

 

Het  Studiecentrum ECIW BelgiĆ«  wil de student behulpzaam zijn bij het doen van de werkboeklessen.