Studiecentrum  Een Cursus in Wonderen  BelgiĆ«

Principe 20

 

Wonderen roepen weer het bewustzijn wakker dat de geest,

en niet het lichaam, het altaar van de waarheid is.

Dit is het besef dat tot de genezende kracht van het wonder leidt.

 

Ook hier gaat het weer over het idee dat waarheid en heiligheid niet gevonden kunnen worden in het lichaam, maar in de geest. Wanneer onze denkgeest volledig is genezen zullen we weer weten dat de waarheid ligt in onze Identiteit als geest. In hoofdstuk 20 zegt de Cursus dat de tempel van de Heilige Geest geen lichaam is, maar een relatie (T20.VI.5:1). De Heilige Geest kan niet in het lichaam zijn, want er is geen lichaam. God kan de Heilige Geest niet ergens plaatsen waar niets is en waar geen problemen zijn. Lichamen worden niet ziek en niet beter. Alleen de denkgeest kan ziek zijn en alleen de denkgeest kan genezen.

Zoals we al besproken hebben schiep God de Heilige Geest op het moment waarop de afscheiding leek plaats te vinden. Hij plaatste de Heilige Geest, die door de Cursus ook Gods Antwoord en Zijn Stem wordt genoemd, daar waar Hij nodig is (TS.I.5; TS.II.2). Hij is niet nodig in deze wereld, want de wereld is niet het probleem. Hij is nodig in onze denkgeest, waar het altaar van de waarheid zich bevindt. Voor de Cursus is de tempel van de Heilige Geest daar waar Hij manifest wordt en dat is in een relatie. In hoofdstuk 19 zegt Jezus dat hij aanwezig is in de heilige relatie (T19.IV.B.5:3,8:3). Dat betekent niet dat hij niet aanwezig is in een onheilige relatie. Het betekent dat in een onheilige relatie, die door de Cursus een 'speciale relatie' wordt genoemd, en waarin schuld het doel is en afscheiding het principe, de Heilige Geest onzichtbaar voor ons wordt. Wanneer we ervoor kiezen de stem van ego te horen, de stem van schuld en afscheiding, horen we niet de stem en ervaren we niet de aanwezigheid van Degene die vereniging, vergeving en genezing vertegenwoordigt. De Heilige Geest is dus wel aanwezig in een speciale relatie, maar zijn aanwezigheid is verduisterd. Als we vergeving tot het doel van onze relatie maken zullen we weten dat Hij er is. Dan zijn de sluiers van schuld, die hem verborgen hielden, verwijderd.

"Onderwijs niet dat ik tevergeefs gestorven ben", zegt Jezus in hoofdstuk 11, "onderwijs liever dat ik niet gestorven ben door te demonstreren dat ik leef in jou" (T11.VI.7:3-4). De manier om te demonstreren dat Jezus leeft en dat hij heeft gedaan wat hij zegt gedaan te hebben, is door te leven volgens hetzelfde principe als hij: het principe van vergeving of het overstijgen van het lichaam; een volledige omslag van een waarneming waarin we onszelf als slachtoffer zien, naar een waarneming waarin we onszelf verenigd zien met iedereen, en dat vorm te geven in onze relaties. Op die manier demonstreren we dat hij in ons leeft. Johannes zegt in zijn evangelie: "Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart" (Joh.13:35). In de taal van de Cursus: "Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat jullie mijn leerlingen zijn: als jullie elkaar vergeven".

Bij een wonder gaat het dus, nogmaals, om de omslag van het lichaam en de focus daarop naar de denkgeest. Daar bevindt zich het altaar van de waarheid, daar wordt Gods gevonden. Deze erkenning leidt tot de genezende kracht van het wonder: het besef dat het probleem zich niet in het lichaam bevindt, maar in de denkgeest en het besef van Degene die de denkgeest geneest. We moeten dus niet focussen op gedrag, op wat zich buiten ons bevindt, want dat is niet het criterium voor goed of slecht, ziek of gezond. Zoals Hamlet zei: "Er is niets goed of slecht, alleen het denken maakt het zo." Niet onze daden (de vorm) zijn belangrijk, maar onze gedachten (de inhoud).

Het  Studiecentrum ECIW BelgiĆ«  wil de student behulpzaam zijn bij het doen van de werkboeklessen.