Studiecentrum  Een Cursus in Wonderen  BelgiĆ«

Principe 39

 

Het wonder heft vergissingen op

doordat de Heilige Geest vergissingen als onwaar of onwerkelijk doorziet.

Dit is een andere manier om te zeggen dat door het licht waar te nemen de duisternis vanzelf verdwijnt.

 

Hij heft vergissingen op, Hij corrigeert vergissingen, Hij maakt vergissingen ongedaan, Hij verzoent vergissingen... Het komt allemaal op hetzelfde neer. De Heilige Geest weet dat alle vergissingen onjuist en onwerkelijk zijn. Er zijn geen gradaties in vergissingen. Een keer nul is evenveel als honderd of duizend keer nul.

"Dit is een andere manier om te zeggen dat door het licht waar te nemen de duisternis vanzelf verdwijnt". Als je eenmaal ziet wie je bent en de waarheid daarvan erkent, verdwijnen de vergissingen en de duisternis van het ego, want het enige wat hen vasthoudt zijn onze gedachten over hen. Niets buiten ons is werkelijk. Alleen onze gedachten maken de dingen van de wereld werkelijk in onze denkgeest. En als we ze eenmaal werkelijk hebben gemaakt, wordt het ego werkelijk. En dan kunnen we het ego niet meer negeren. Zoals de Cursus onderwijst kunnen we een zonde niet vergeven als we hem werkelijk hebben gemaakt (zie bijvoorbeeld T30.VI.3:5-8). We kunnen niet zeggen dat de wereld illusoir is en niets anders dan een klaslokaal waarin we dat kunnen leren, zolang we geloven dat de duisternis werkelijk is en genezing en licht nodig heeft. Het licht is buiten ons niet nodig, omdat er buiten ons niets is. Het is nodig in onze denkgeest die in duisternis gelooft en die duisternis is niets anders dan onze schuld. Dit wonderprincipe zegt dat licht en duisternis elkaar uitsluiten. Als je het licht aandoet in een donkere kamer is de duisternis verdwenen. Doe het licht weer uit en de duisternis keert terug. Dit geldt ook voor zonde. Noem iets een zonde en het wordt werkelijk en kan niet meer gezien worden als een roep om hulp. Zonden roepen om straf, de roep om hulp of liefde roept om hulp en liefde.

Het  Studiecentrum ECIW BelgiĆ«  wil de student behulpzaam zijn bij het doen van de werkboeklessen.