Studiecentrum  Een Cursus in Wonderen  België

Principe 41

 

Heelheid is de waarnemingsinhoud van wonderen.

Zo corrigeren, of verzoenen ze, de foutieve waarneming van gemis.

 

Dit gaat weer over het basisprincipe van het ego: schaarstebewustzijn; het idee dat we iets missen omdat we God hebben buitengesloten. Daar komt schuld vandaan: de gedachte dat er iets ontbreekt, wat het ego, en daarmee het lichaam, werkelijk maakt. We zien anderen en onszelf als gebrekkig, terwijl het wonder onze heelheid weerspiegelt die onze enige Identiteit is. Heelheid kan worden gelijkgesteld met overvloed, de ontkenning van het schaarstebewustzijn van het ego.

Overvloed betreft niet iets materieels, zoals vaak wordt aangenomen en welvaartsbewustzijn wordt genoemd. Welvaartsbewustzijn gaat er van uit dat de overvloed van de geest kan worden vertaald in materiële vorm: Als ik in termen van overvloed denk, zal ik overvloed ontvangen. Het staat buiten kijf dat onze gedachten invloed hebben op wat zich buiten ons bevindt. Op deze manier is de gehele fysieke wereld gemaakt. Maar dat maakt het niet tot een spiritueel beginsel. Gezien vanuit het perspectief van de Cursus is dit een misvatting. Onze denkgeest beïnvloedt de wereld, maar dit zegt alleen iets over de macht van de denkgeest. Het is een psychisch fenomeen, geen spiritueel. Wat het spiritueel maakt is, zoals we hebben gezien, onze overdracht van die macht aan de Heilige Geest. Zonder Zijn hulp en leiding blijven we alleen maar keuzes maken vanuit de behoeften van het ego, wat ons steeds dieper doet wegzakken in de wereld van illusies.

Het wonder geeft ons dus geen materiële dingen. Het maakt de verdedigingen ongedaan die gebaseerd zijn op ons geloof in tekort en het schaarstebewustzijn versterken. Dit proces brengt de denkgeest terug naar zijn oorspronkelijke en voortdurende staat van eenheid met God, waarin we alles hebben wat God ons bij onze schepping heeft gegeven: vreugde, eenheid, vrijheid, geluk, enzovoort.

Het  Studiecentrum ECIW België  wil de student behulpzaam zijn bij het doen van de werkboeklessen.